vrijdag 5 maart 2010

Islamisering van gemeentepolitiek?

Nu het stof is neergedaald en het tumult rond de gemeenteraadsverkiezingen 2010 enigszins is weggeëbd, is het tijd om de balans op te maken. Wie heeft er gewonnen, wie heeft er verloren, wie heeft er gelijk gekregen en wat betekent dit nou allemaal voor Nederland?

De verliezers zijn makkelijk aan te wijzen. De lokale CDA en PvdA fracties betalen de prijs voor het jarenlang slecht regeren van Balkenende IV in een belangrijke tijd voor Nederland. De crisis is niet goed aangepakt en de sociale problemen zijn er niet minder op geworden. Veel praten en thee drinken blijkt toch niet de oplossing te zijn.

Dan de winnaars. De liberale partijen hebben landelijk een flinke slag geslagen. Zowel D'66, dat een enorme comeback maakte na het verlies in 2006, als de VVD die vrijwel overal won, spinnen garen bij het falen van Bos en Balkenende. Ook de lokale partijen deden het wederom goed. Dat is knap aangezien deze verkiezingen vooral in het teken van de landelijke politiek hebben gestaan.

Als nieuwkomer deed de PVV ook goede zaken in Almere en Den Haag. In de hofstad werd de PVV, onder leiding van Fritsma, de tweede partij. De vier grote landelijke partijen verloren allen fors aan zowel de PVV als D'66. In Almere werd de partij van de vrijheid zelfs de grootste. Dit ging vooral ten koste van de PvdA en de SP.

Het is de vraag hoe de uitslag op landelijk niveau was geweest als de PVV in alle gemeenten had meegedaan. Niet overal zal het succes het niveau van Den Haag en Almere geëvenaard zijn, maar het is waarschijnlijk dat de VVD, het CDA, maar ook de lokalen, de klappen hadden gevoeld.

Wat erg tekenend was bij deze verkiezingen waren de resultaten bij de moslimpartijen. De Nederlandse Moslimpartij, die in zeven plaatsen meedeed aan de electorale race, kreeg nergen een voet aan de grond. Niet één zetel werd in de wacht gesleept. Kennelijk valt het met de islamisering van de politiek dus nog wel mee. Dat is interessant omdat dit nou net één van de hoofdthema's is van de PVV van Geert Wilders.

Moslims zijn, zo blijkt ook uit dit verkiezingsresultaat, niet goed in het opzetten van een politieke organisatie. Het is vrijwel onmogelijk om een programma op te stellen waar grote groepen moslims zich in kunnen vinden. De kleine groep fundamentalisten stemt niet, de huis tuin en keuken moslim houdt zich niet bezig met politieke Islam, en de politieke actieve moslims kunnen het nergens over eens worden. Jammer voor de Nederlandse Moslimpartij, maar ook vervelend voor Geert Wilders en zijn PVV, lijkt mij. Waar is het grote gevaar nou?

Ik wil echter de problemen met de politieke Islam niet bagatelliseren. Er zijn veel uitwassen en de problemen binnen de Islamitische gemeenschap zijn groot, en ook internationaal is de dreiging van het terrorisme nog lang niet verdwenen. Maar, echt sprake van een politieke overname door islamitische instellingen is er dus niet.

We zien echter wel iets anders gebeuren. Iets dat veel meer het probleem dat wij ervaren met de Islam weergeeft. We zien dat de linkse partijen, en met name de PvdA, voor een groot deel is overgenomen door allochtone moslims. Voor een deel heeft de arbeiderspartij hier zelf keihard aan meegewerkt, door alles 'met een kleurtje' of met een 'islamitische achternaam' maar op de lijst te zetten, ongeacht politieke of bestuurlijke kwalificaties, maar de partij is voor veel moslims ook een warm bad geworden waar zelden of nooit een kritisch geluid werd gehoord. Nu in een aantal gemeenten deze nieuwe groep de overhand heeft gekregen, worden de langzaam opkomende criticasters simpelweg naar buiten gewerkt.

Het is te makkelijk om te zeggen dat we kunnen spreken van een 'islamisering' van de PvdA. Er is nog geen sprake van het introduceren van islamitische regelgeving door de partij, maar het gedogen van bepaalde segregatiepraktijken (gescheiden zwemmen), of het toestaan de oproep van het gebed vanuit de moskee via versterkte muziekinstallaties door de buurt te laten galmen, wordt meer regel dan uitzondering bij de PvdA gemeentefracties.

Zeker in de grote steden, waar moslimgemeenschappen een fors deel van het electoraat vertegenwoordigen, is het niet ondenkbaar dat de PvdA zich de komende jaren zal ontpoppen als de facto moslimpartij. Ook het verspreiden van verkiezingsfolders in de Arabische en Turkse taal duidt erop dat deze ontwikkleing plaats vindt.

Wat dat zal betekenen voor de landelijke partij, en wat dat vervolgens betekent voor de aanhang bij de autochtone kiezer is een interessante vraag. Het is, ook voor de meer radicale moslim met politieke aspiraties een verstandige strategie om de politieke arena te betreden via de salonfähige Partij van de Arbeid.

Het is het eigen zwaard waar de PvdA nu dus dreigt in te lopen. Als sociaaldemocratische partij, zijn ze wellicht iets te sociaal en iets te democratisch geweest. Wellicht zijn ze gewoon naïef geweest, door te veel in te zetten op het binnenhalen van de allochtone kiezer. Nu dat gelukt is, betaalt de partij de prijs. Het is overigens een prijs die D'66 ook zal moeten gaan betalen, aangezien deze partij (met Pechtold als groot anti-Wildersblok) een aardig deel van haar electorale winst te danken heeft (en in juni zal hebben) aan de allochtone moslim kiezer.

Uiteindelijk is het dus niet de Islam die een gevaar is voor Nederland, zoals Wilders het ons maar probeert de doen geloven. Maar het is de autochtone Nederlander die, om welke reden dan ook, politieke moslims de mogelijkheden geeft om hun religieuze ideeën om te zetten in regelgeving en rechten. Alleen zou hen dat nooit lukken. Zelfs als de gehele moslim populatie in Nederland één politiek blok zou vormen, dan zou het nog niet meer dan 8 of negen zetels in de Kamer halen. Veel te weinig om echt ongewenste dingen gedaan te krijgen (kijk maar naar de PVV).
Op lokaal niveau zou er meer invloed kunnen ontstaan, dat blijft een risico van ons democratische systeem. Echter zit het overgrote merendeel van de moslimbevolking niet te wachten op islamitische regelgeving. Maar hier ligt een belangrijke taak voor vooral de liberale partijen om de allochtone stem binnen te halen, door deze mensen te overtuigen van het nut van een vrije samenleving. De PvdA zou die rol ook moeten spelen, de vraag is echter of deze partij nog wel iets liberaals in zich heeft. Of de partij de grondrechtelijk vrijheden waarvoor ze horen te vechten niet heeft verkwanseld ten behoeve van electoraal gewin, de toekomst zal het leren.....

woensdag 28 oktober 2009

Breed islamdebat is contraproductief

[Zoals verschenen in de Volkskrant op 28 oktober 2009] Een brede maatschappelijke discussie over de islam zal niet leiden tot een toename van begrip, maar juist tot een grotere antipathie jegens de islam.Het oproepen tot een maatschappelijk debat is populair. Het geeft de politiek de mogelijkheid zelf geen standpunt in te hoeven nemen in moeilijke kwesties. En als het maatschappelijk debat een politiek ongewenste kant op gaat? Dan roep je de wetenschap op om bij te sturen.

Dat laatste deed de Amsterdamse burgemeester Job Cohen vorige week toen hij een groep onderzoekers vroeg het islamdebat wat meer inhoud te geven, door uit te zoeken of de islam werkelijk gewelddadig is, of Nederland islamiseert en of dat nou echt slecht zou zijn.

Verbazingwekkend
De oproep van Job Cohen om de wetenschap inhoudelijk naar de islam te laten kijken, is verbazingwekkend. Is het nu de bedoeling dat een stel onderzoekers gaat bepalen of de islam acceptabel is voor onze maatschappij? Daar hebben we toch de Grondwet en het Wetboek van Strafrecht voor? Sinds wanneer gaan wij godsdiensten vanuit de overheid wegen? Waar is de scheiding kerk en staat gebleven?

Debatten over religieuze aangelegenheden leidden in het verleden meer dan eens tot revoluties of oorlogen. Ook het debat over de islam is onzinnig en mogelijk zelfs gevaarlijk.

Een belangrijk argument hiervoor is dat de fundamenten van de islam, de punten waar de meeste stromingen het over eens zijn, niet zijn te rijmen met de westerse moderniteit. Dit is geen normatieve stelling, maar een feitelijke constatering. Belangrijke zaken als de juridische gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, de positie van gelovigen en ongelovigen, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, en democratie, zijn niet goed te passen in een strikte toepassing van het islamitisch recht. Het is naïef te denken dat een goed debat deze problemen kan oplossen. Veertien eeuwen aan rechtsontwikkeling binnen de islam zullen niet onmiddellijk opzij worden gezet omdat er in een discussie in Nederland wordt geappelleerd aan redelijkheid en logica. Begrippen die in het Westen misschien grote overtuigingskracht bezitten, maar in een religieus georiënteerde cultuur volkomen ondergeschikt zijn aan het woord van God.

Donkere kanten
Een discussie zal de kennis over de islam bij de autochtone niet-moslim vergroten. Anders dan veel ‘experts’ denken, zal dit niet leiden tot een toename van begrip, maar juist tot een grotere antipathie jegens de islam. Een open discussie zal immers ook de donkere kanten van het geloof belichten. Hoewel er al veel gezegd en geschreven is over de islam zullen velen toch geschokt zijn over de fundamentele aard van deze religie.

Veel moslims zullen zich door een open dialoog juist aangevallen voelen. Het uiteindelijke doel van zo’n discussie is toch de moslims te overtuigen van de noodzakelijkheid hun ideeën aan te passen aan onze maatschappelijke normen.
Veel moslims zullen zich door een open dialoog juist aangevallen voelenDe meest voorspelbare reactie is een nog groter gevoel van afwijzing en een verdere distantiëring tot de Nederlandse samenleving. Met andere woorden, een terugtrekken in de eigen religieuze cultuur, wat mogelijk leidt tot een toename van fundamentalisme en radicalisme.

De meeste mensen hebben geen problemen met individuele moslims maar zijn bang voor de ideeën van de islam. De grote meerderheid van de moslims in Nederland bestaat uit nette en vriendelijke mensen, die zelf wel bepalen hoe zij de islam interpreteren. Zij zijn niet dagelijks bezig met jihad, vinden het niet vervelend om met niet-moslims om te gaan en schudden de handen van hun vrienden en collega’s. Toch predikt de islam, zoals islamitische rechtsgeleerden hem uitleggen, wel degelijk negatief over dit soort zaken. Het is de taak van Nederlandse moslims om de interpretatie van de islam te veranderen van een voormiddeleeuws geloof tot een levenswijze die past in de moderne wereld.

Weinig zin
Moslims kunnen zich moderniseren, de islam kan dat uit zichzelf niet. Hoezeer wij ook geneigd zijn daarbij te helpen, deze pogingen zullen meer weerstand oproepen dan goed doen. Een maatschappelijke discussie heeft daarom weinig zin. Het is daarentegen wel belangrijk om progressieve moslims en ex-moslims te blijven steunen. Geef deze mensen een stem en bescherm ze waar nodig. De moslims die willen vasthouden aan een orthodoxe, vaak discriminatoire en gewelddadige traditie moeten worden aangepakt als zij de Nederlandse wet overtreden.

En geef deze mensen vooral geen podium, zoals bij Pauw & Witteman regelmatig gebeurt. Nodig ook niet steeds de ‘Meiden van Halal’ uit als de mening van de Nederlandse moslima gevraagd wordt. Deze zich uiterst traditioneel kledende en overtuigd islamitische jonge dames representeren zeker niet de gemiddelde moslimmeid. In tegendeel, door dit soort dames steeds op televisie te laten verschijnen, wordt het beeld geschapen dat dit de enige ‘goede’ moslims zijn, ze krijgen in hun orthodoxheid een voorbeeldfunctie. Het is een negatief signaal aan progressieve moslims en het geeft het valse beeld dat er in Nederland behoefte is aan een orthodoxe islam waarin het vasthouden aan traditionele waarden wordt aangemoedigd.

Het steeds maar roepen om een debat over de islam is een zwaktebod. Het leidt uiteindelijk tot niets, of tot een verslechtering van de situatie. Godsdienst is een privézaak. Als er opgeroepen moet worden tot een maatschappelijk debat, laat het dan een debat zijn over onze eigen vrijheden en rechten. Niet over religieuze regels van een specifieke groep burgers. Als geloofszaken betrokken worden in de onderhandelingen over een rechtssysteem dan is dat een hellend vlak. Hoewel het misschien voor sommigen een blijk van respect en een teken van vrijheid is, is het in werkelijkheid niet meer dan een witte vlag die langzaam groen wordt.

vrijdag 4 september 2009

Tariq Ramadan naar Amsterdam?

(Reactie op het artikel ‘ Haal Ramadan naar Amsterdam’ van Aarts cs. in de Volkskrant van 31 augustus 2009. Gepubliceerd in die zelfde krant op 1 sept 2009)

De oproep van de vier wetenschappers van de UvA om Tariq Ramadan naar Amsterdam te halen, na alles wat er de laatste maanden is gebeurd en bekend is geworden over de man lijkt verdacht veel op het – voor de tweede keer- binnen halen van het Trojaanse paard, terwijl de vernietigende lading ervan al bekend is.

Het viertal professoren geeft hiermee blijk van een duidelijke stellingname in het debat over de positie van de Islam in Nederland. Het gaat hen dan ook niet zozeer om de reden of de manier waarop Ramadan ontslagen is, maar om ‘wie’ er ontslagen is: hun grote voorbeeld van de Europese Islamisering.

Het argument dat er een afstandelijke relatie dient te bestaan tussen de financier van een leerstoel en de bezetter ervan is academisch juist. Echter wil dit niet zeggen dat deze afstand eindeloos mag zijn. De finacier kent ook maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wanneer blijkt dat iemand als Tariq Ramadan, die als wetenschapper is binnengehaald, zich onacceptabel profileert buiten de universiteitsmuren als politiek en religieus ideoloog en activist, dan verdwijnt daardoor het vertrouwen dat de basis was voor het toekennen van de leerstoel.

Juist door Ramadan te laten zitten zou de Erasmus Universiteit zwakte tonen. De voor een universiteit pijnlijke beslissing om over te gaan tot het ontslag van een docent getuigd van integriteit en moed in het huidige politieke klimaat.

Een politiek klimaat dat juist door Paul Aarts cs. wordt aangedragen als hoofdreden voor het ontslag van Ramadan door de stad Rotterdam. Het is dan ook in deze context dat we de ophef en de daaruitvolgende oproep van het Amsterdamse viertal moeten lezen.

Dit smaldeel van de UvA staat al jaren bekend om haar zeer welwillende houding tegenover de Islam, en ook de politieke stromingen daarvan. Dit komt ook helder naar voren uit de tekst van de brief van 31 augustus jl.. Ramadan zou een ‘inspirerende waarde’ zijn en een ‘ rolmodel voor zijn studenten’. En Ramadan krijgt aandacht omdat ' hij zich heel nadrukkelijk als Moslim profileert'.

Deze loflezing is vooral gebaseerd op het academische geloof van het viertal op het belang van ' identiteit' . Een onderwerp dat de laatste decennia bijzonder veel wetenschappelijke aandacht heeft gekregen. Voor Aarts cs. is de identiteit als Moslim belangrijker dan die als Nederlands staatsburger. Ook is de Moslimidentiteit en de Islam volgens hen volledig compatibel met de waarden en normen van onze democratisch rechtsstaat. Zij zijn dan waarschijnlijk de enigen die dit nog met volle overtuiging geloven.

Voor veel ' seculiere' Moslims in Nederland geldt uiteraard dat zij helemaal geen problemen hebben met de Nederlandse regels en cultuur. Dat komt omdat zij een deel van de regels die de Islam voorschrijft naast zich neerleggen, zoals Christenen en Joden dat ook doen. Ramadan doet dit echter niet. Hij wil dat Moslims in Europa volledig als Moslims kunnen leven. Hij weet het mooi te verpakken, maar uiteindelijk betekent dat invoering van de shari'a. En de schrijvers van de oproep om Ramadan naar Amsterdam halen moeten dit weten, zeker iemand als Ruud Peters, die gespecialiseerd is in Islamitisch Recht.

Net als de Radicale Moslim Broederschap, waarvan de grootvader van Ramadan de mede-oprichter was, kiest Tariq voor de democratisch weg om zijn islamistische doelen te verwezenlijken. Met het zwaard zal de Islam in Europa niet overwinnen, de zwakheden van ons democratische systeem vormen daarom een mooi alternatief: de gematigde Islam als het Trojaanse paard.

Dat paard moet dan wel worden binnengehaald door welwillende sympathysanten. Rotterdam deed dit en kwam er na enige tijd achter dat het een grote fout had gemaakt. Deze fout is nu hersteld. Dat de UvA nu weer aan de touwen staat om het kunstwerk met de gevaarlijke lading vrijwillig de stad binnen te trekken is daarom ook onbegrijpelijk.

Aarts cs. sluiten hun oproep af door aan te geven dat: 'Amsterdam niet meedoet aan de hetze tegen Moslims die vinden dat islam voor hen ook van belang is buiten de priveesfeer'

Wat wordt hiermee precies bedoeld? Sommige Moslims willen ook buiten hun priveesfeer geen homoseksualiteit en geen handenschudden met vrouwen. Moet dit volgens het viertal ook gerespecteerd worden? Willen deze vooraanstaande wetenschappers homoseksuelen en het handenschudden dan maar gaan verbieden op de Universiteit van Amsterdam? Deze valt immers toch ook buiten de priveesfeer?

Het gevaar van iemand als Ramadan ligt in de combinatie van een gematigde boodschap met onderliggende fundamentalistische idealen. Dat veel onwetenden en naïeve bestuurlijke typen hievoor vallen is betreurenswaardig maar dit komt meestal voort uit goede hoop op een betere toekomst. In het geval van de hooggeleerde wetenschappers, die onwetendheid niet kunnen claimen, is de steun voor Ramadan echter niet goed te praten en hun gedrag dan ook als niets minder dan dhimmitude aan te merken.

donderdag 7 mei 2009

De enige optie die overbleef......

In februari van dit jaar is zowel in Somalië als in delen van Pakistan onder dreiging van geweld strenge shari’a wetgeving geïntroduceerd. Hoewel een geweldadige Jihad tegen het Westen weinig vorm lijkt te krijgen is de strijd in de Islamitische wereld heviger dan ooit. Sinds de eerste overwinningen van de Islam in de 8ste en 9de eeuw A.D. is de verbreiding van de godsdienst niet meer zo succesvol geweest als in de laatste decennia. Waar het in die eerste jaren van de Islam vooral ging om een territoriale expansie, wordt nu stelselmatig gestreden om het Islamitisch recht in te voeren in landen waar Moslims wonen. Ook al vragen die Moslims hier zelf niet om.

Zo ook in Somalië heeft de zittende regering onlangs besloten de shari’a volledig in te voeren. Niet op basis van een democratisch proces maar door de voortdurende dreiging van een groep radicale opstandelingen, die eisten dat de Somalische bevolking volledig aan het islamitische recht onderworpen zou worden. Het invoeren van de shari'a was, zoals de minister van informatie zei: "de enige optie die overbleef".

Dat Somalië al lang niet meer het meest democratische land was kon men uit de naam van de oost Afrikaanse staat opmaken. Waar het land tot 1991 de ‘Somalische Democratische Republiek’ heette, achtte men de tussenvoeging ' democratisch' vanaf dat moment niet meer nodig. De eerste stap naar een meer Islamitische staat was gezet. Sindsdien is het land het toneel geweest van gruwelijke slachtpartijen, clanoorlogen en religieus geweld, zowel tussen strijdende etnische groeperingen als religieuze stromingen. De gruwelijke televisiebeelden staan op onze netvliezen gebrand.

Ook in het noorden van Somalië, waar bijna de gehele bevolking Moslim is, wil het maar niet boteren. Dit terwijl de godsdienst van de vrede toch onderling voor rust en gerechtigheid had moeten zorgen. De Ittihād al-mahākim al-islāmiyya (Unie van Islamitische rechtbanken) onder leiding van Sheikh Sharif Sheikh Ahmed voerde jaren politieke en militaire strijd om Somalië onder de banier van de Islam te brengen. Toen dat voor een groot deel was gelukt en wetten die strookten met de islamitische shari'a waren ingevoerd, kwamen er nieuwe radicale groeperingen op die vonden dat de UIR niet ver genoeg ging. Groepen zoals de fundamentalistische As-Shabaab (de jeugd – naar de jeugdige leeftijd van de strijders), een afsplitsing van de UIR, voeren nu een bloedige en succesvolle strijd om Somalië volledig onder de strengste wetten van de Islam te brengen.

Hoewel As-Shabaab nog niet overal aan de macht is lijkt het uiteindelijke doel van de islamisten nu eenvoudig gerealiseerd te worden. Vorige week besloot het kabinet om aan de eisen van de rebellen te voldoen en de shari’a volledig in te voeren, om zo te voorkomen dat de jeugdige islamisten het hele land over nemen. Dit werd gezien als een handreiking, maar lijkt bijzonder veel op een onderwerping.

Een soortgelijk scenario konden we in dezelfde periode waarnemen in Pakistan. In het land waar een bittere burgeroorlog woedt tussen groepen Talibanstrijden, aan al-qa’ida gelieerde groepen en het nationale leger lijkt de door het Westen gesteunde regering steeds meer terrein te verliezen. Op steeds meer fronten wint de Taliban en wordt in de bezette gebieden de meest stringente vorm van de shari'a ingevoerd.

Vorige maand werd er door de regering een deal met de oprukkende Taliban gesloten waarbij in gebieden waar gevochten werd met radicale moslimstrijders de shari'a werd afgekondigd met als tegenprestatie het stopzetten van de gewapende strijd. De Pakistaanse regering ruilt dus vrijheid in voor Islam. Onder de shari'a rechtbanken die nu over de desbetreffende territoria zullen regeren is de macht van de nationale staat volledig verdwenen. De rechters zijn verantwoording verschuldigd aan niemand en hun persoonlijke interpretatie van het islamitische recht is nu wet.

De belangrijkste reden voor deze stap van de Pakistaanse regering is puur zelfbehoud. De talibanlegers waren tot in de Swat vallei, op slechts 100 kilometer van de hoofdstad doorgedrongen. Omdat de nationale legers niet in staat zijn weerstand te bieden tegen de troepen van de taliban is het mogelijk dat geheel Pakistan binnen onafzienbare tijd in handen valt van de radicale moslims. Dit is voor de gewone burgers van Pakistan, die helemaal geen heil zijn in de strengen wetten van de Islam een drama, maar ook voor de internationale gemeenschat een potentiële ramp. Pakistan heeft een uitgebreid nucleair arsenaal. Als dit onder de controle van de geestelijke en politieke leiders van de Taliban komt zijn de consequenties niet te overzien.

Langzaam aan grijpen radicale Moslims de macht in de islamitische wereld. Steeds meer onschuldige burgers worden onderworpen aan religieuze onderdrukking en ideologisch geweld. Wat zou er gebeurd zijn met de vrijheid van de Europeanen als de geallieerden ons niet tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog hadden bevrijd van onze bezetters? Hoe hadden onze levens er vandaag de dag uitgezien? Wat gebeurt er met de inwoners van Somalië, Pakistan, maar ook Afghanistan en Iran, als wij daar nu niet ingrijpen? Durven wij onszelf wel deze vraag te stellen en ervoor te kiezen niets te doen? Zijn wij onze eigen vrijheid dan wel waard?

dinsdag 5 mei 2009

Mohammed Enait staat voor zijn zaak!

De zogenaamde 'zittende advocaat' Mohammed Faizal Ali Enait is gisteren berispt door het tuchtrechtelijk college van de Orde van Advocaten omwille van zijn gedrag in de rechtbank. Enait, die orthodox Moslim is, weigerde tijdens de aanvang van de zitting op te staan voor de rechter wanneer deze de rechtbank betrad, hetgeen gebruikelijk is in de Nederlandse rechtspraktijk.

De reden dat Enait weigerde op te staan komt voort uit zijn islamitische opvatting dat opstaan voor iemand anders dan God die persoon goddelijke eigenschappen toebedeelt. Eigenlijk wil het zeggen dat Enait de machtsbasis van de rechter (lees: onze Grondwet) als zodanig niet erkent; er is maar één wet en dat is die van zijn God. In het verlengde hiervan ligt het strengislamitisch denken dat alle wetten die door mensen gemaakt ongeldig zijn. Moslims hebben geen behoefte aan menselijk recht, zij hebben immers het geopenbaarde woord van God, de Koran, en de verhalen over hun profeet Mohammed waarin alle wetten voor de mensheid zijn opgeschreven.

Dat Enait zich op deze wijze verzet tegen de tradities van Nederland is geen verrassing. Eerder kwam hij in het nieuws toen hij niet werd aangenomen als sociaal dienstverlener bij de gemeente Rotterdam, omdat hij weigerde vrouwen een hand te geven uit religieuze overwegingen. De handen van een vrouw worden volgens de islamitische kuisheidsregels beschouwd als erogene zones, het aanraken daarvan is daarom volgens Enait haram, verboden.

Gelukkig was de Commissie Gelijke Behandeling er als de kippen bij om Enait in het gelijk te stellen en het weigeren van het schudden van handen als geoorloofde geloofsexpressie te aanvaarden. Het niet de handen willen schudden moest dan wel gelden voor beide seksen en niet alleen toekomen aan de erotiserende handen van vrouwen. Enait was pragmatisch genoeg om als teken van dankbaarheid tegenover de meewerkende Commissie, vanaf dat moment dan maar helemaal geen handen meer te schudden, vrouwelijke noch mannelijke. Geen regel van God, wel van een menselijke commissie, maar dat onderscheid was voor Enait kennelijk niet altijd even belangrijk.

Dus als Enait op basis van religieuze normen kan uitleggen dat hij helemaal geen handen mag schudden, dan is het weigeren voor de Commissie acceptabel. Voor Einat is dit geen probleem. Het ongelovige college voegt dus zo wat toe aan het islamitisch denken van Enait. Een novum, lijkt me!

Ook is het betreurenswaardig te moeten constateren dat de Commissie kennelijk weinig onderzoek heeft gedaan naar de grond van de claim van Enait. Dat handen schudden haram is volgens de islamitische wet is geenszins algemeen geaccepteerd onder Moslims. Sterker nog in de Koran is er niets over te vinden en de belangrijkste juridische grondleggers van de Islam doen er geen duidelijke uitspraken over in hun gezaghebbende werken. Eigenlijk moet Enait met obscure teksten op de proppen komen om zijn bewering te kunnen staven. Ik ben benieuwd in hoeverre het College navraag heeft gedaan, en bij wie? Welke 'experts' zijn bevraagd? Waren dit Moslims? Van welke islamitische rechtsscholen?

Overigens is de redenering die Enait zelf volgt ook zwak. Hij propageert dat vrouwen negen erogene zones hebben die de man (met uitzondering van eerste lijn familie) niet mag aanraken of zelfs maar mag zien. Enait volgt dan ook de Salafistische stroming die ook de volledige besluiering van vrouwen voorstaat. Die verplichting tot besluiering dient om het fysieke en visuele contact met de beruchte negen zones onmogelijk te maken. Wat in Nederland minder bekend is, is het feit dat een burqa slechts een deel van het bedekkingsplaatje is. Ook de handen moeten volledig bedekt zijn. Dit hoort dan te gebeuren door het dragen van handschoenen. Zelfs het 'zien' van een vrouwenhand is voor een Moslimman blijkbaar al te riskant volgens de ideeën van Enait; bedekken dus!

Als Enait dus echt resoluut zou zijn en zijn religieuze waarden verdedigd wil zien, zou hij de Commissie Gelijke behandeling moeten vragen of alle vrouwen die bij hem in de buurt komen, verplicht gesteld worden onmiddellijk handschoenen aan te trekken. Een eenvoudige dienaar van God kan het immers niet riskeren verleid te worden door de vleselijke lusten van de Satan bij elk contact met een vrouwelijk persoon.

Hoewel Enait voor zijn respectloze omgang met de mores van de advocatuur slechts de lichtste straf toebedeeld kreeg, de waarschuwing, geeft het vonnis van het tuchtcollege wel een signaal af: de gedragsregels gelden voor iedereen. Dus ook voor Moslims. Enait heeft al aangegeven in de toekomst niet te willen gaan staan voor de rechter. Laten we hopen dat de Orde en het tuchtcollege voet bij stuk houden en de recalcitrante jurist bij herhaling zullen schorsen of zelfs royeren. Godsdienst heeft geen plaats in de rechtzaal. Als Enait zijn godsdienst niet uit de rechtbank kan houden, laten we dan Enait uit de rechtbank houden.

zaterdag 3 januari 2009

De 27 van Murray en Verwey

Paul Cliteur heeft in de volkskranty een mooi artikel geschreven over het rapport dat ik samen met Douglas Murray, de directeur van het Engelse 'Centre for Social Cohesion' geschreven.



woensdag 27 februari 2008

Publiceer die cartoons!

Fundamentalistische Moslims schijnen het maar niet te willen begrijpen; de vrijheid van meningsuiting in het Westen zal niet worden beperkt door de eindeloze bedreigingen en aanvallen op diegenen die hiervan gebruik maken.Misschien is het nodig dat dan nog maar eens duidelijk te maken door het massaal publiceren van de, zo langzamerhand legendarische Deense cartoons. Althans, dat is het idee van de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Schäuble. Hij roept op om dit te doen in alle Europese kranten.

Het is al weer ruim twee jaar geleden dat de 12 tekeningen over Mohammed in de Deens krant Jyllands-Posten verschenen. De wereldwijde consternatie die de beeltenissen veroorzaakten, hebben aan verschillende mensen het leven gekost en de schade aan de Deense economie wordt op minimaal 130 miljoen euro geschat. Maar dat de affaire nog lang niet afgelopen was bleek toen in november 2007, drie mannen werden aangehouden die in Arhus (DK) een aanslag voorbereidden op een van de cartoonisten.
Als reactie op deze schokkende gebeurtenis plaatsten 17 Deense kranten de cartoons deze maand opnieuw, om de geplaagde artiesten een hart onder de riem te steken en een duidelijk standpunt in te nemen tegen de intimidatie van radicale Moslims.Onlangs hebben Sudan, Saoedi Arabie, Egypte en een aantal andere Islamitische landen te kennen gegeven dat zij de nieuwe publicatie wederom als een provocatie zien en beschouwen het een belediging van de Islam. In Sudan zijn Denen en Zweden (er is ook een Zweedse tekenaar waar ze boos op zijn...) niet langer welkom en in grote delen van het Midden Oosten wordt er is opnieuw opgeroepen Deense producten te boycotten.Nou gaat het er toch op lijken dat diplomatie geen zin heeft, en om nou onze grondrechten op te geven voor de eisen van een groep fundamentalisten is ook wat overdreven. De oproep van de Duitse minister klinkt dan ook steeds aantrekkelijker. Niet alleen om, voor een keer, nou eens de Europese solidariteit te onderschrijven, maar voornamelijk om een andere reden; een reden die wel eens tot een politieke oplossing kan leiden. En die reden is simpelweg : consumptiegenot.In het Midden Oosten wordt namelijk bitter weinig geproduceerd. Een groot deel van alles wat dagelijks in grote delen van de Islamitische wereld gegeten en gedronken wordt, wordt ingevoerd. En zeer veel hiervan uit Europa. Denemarken leverde voor de cartoon crisis voor honderden miljoenen per jaar aan, voornamelijk, zuivelproducten aan het MO. Tijdens de boycot daalde de export dramatisch, maar na enige weken normaliseerde de situatie zich weer. Zo zie je maar, Moslims houden wel van een goed stuk kaas! En consumptiegenot is voor veel mensen toch belangrijker dan politiek of religie.

Maar het gaat niet alleen om zuivelproducten. Denk eens aan de vele graanproducten, softdrinks, meubels, textiel, telecommunicatieapparatuur en medicijnen, die dagelijks en masse in het Midden Oosten geconsumeerd worden. En voor de wat meer financieel begenadigden onder de Arabieren niet te vergeten de onmisbare; dure kleding, horloges, elektronica en auto's! Ik zie de olie-sheiks die hard roepen tegen de cartoons, hun mercedesen, ferrari's en hun bentley's niet zo snel inwisselen voor een hyundai of een honda. Als Amerika ook eens broederlijk mee zou doen in deze actie voor de vrijheid van meningsuiting (geen enkele krant in de VS heeft het tot nu toe aangedurfd de prenten te tonen) zou het helemaal leuk worden met een boycot. Dan worden het zure tijden in de geërgerde moslimlanden.

Maar kunnen we het niet anders aanpakken. In plaats van alleen passief toe te kijken, een nieuw Westers beleid gaan voeren: Geen export meer maar landen waar officiële bedreigingen tegen Westers burgers geuit worden. Dus geen Pampers of Porsches meer naar Sudan, geen Michelin banden of MacDonalds hamburgers meer naar Saoedie Arabie en geen Dixan of Danoontjes meer naar Egypte. Een dergelijk beleid zal hard aankomen. De burgers van deze landen, die over het algemeen niet echt geïnteresseerd zijn in een paar tekeningen uit een Deense krant, zullen snel lege winkels zien en hun favoriete producten niet meer kunnen krijgen. Let dan maar eens op de protesten op straat, daar was de cartooncrisis niks bij. Consumptiegenot!Het achteloos stil zitten onder de steeds toenemende dreiging blijkt zinloos. Ook na alle diplomatie, tijdens en na de Deense crisis, is gebleken dat er nog steeds moordenaars op zoek zijn naar de tekenaars. De nog te verschijnen film van Wilders zal ook wel weer het een en ander te weeg gaan brengen, maar hem verbieden heeft dus geen zin. Boos zijn de radicale Moslims toch al. Dat begon zo'n 700 jaar geleden en daar heeft Wilders niks mee te maken. Wat wel belangrijk is, is dat wij als Europeanen, of beter alle vrijdenkende mensen op deze planeet, opstaan voor onze rechten, voor ons geloof in vrijheid. Het gebrek aan solidariteit tussen de Europese staten is zorgelijk. Laten we daarom het initiatief van de Duitse Minister omarmen en laten zien dat alle dreigingen en intimidaties zinloos zijn. Wij staan voor onze vrijheid en achter onze cartoonisten. Ik doe mee! En jij?