zondag 27 januari 2008

Film Wilders veroorzaakt geen religieus probleem voor Moslims

Al weken lang houdt de discussie rond de nog uit te komen koranfilm van Geert Wilders de gemoederen bezig. Hoewel menig journalist erg schande over spreekt hoeveel aandacht Wilders hiermee krijgt, zijn het dezelfde journalisten die deze aandacht verschaffen. Van de politicus zelf hoor je nauwelijks iets.


Ondanks alle aandacht voor de film zijn er eigenlijk twee discussies die door elkaar spelen maar ze worden zelden duidelijk benoemd. Aan de ene kant is er de discussie rond de vrijheid van meningsuiting en de eventuele beperking daarvan. Belediging en het aanzetten tot haat zijn vervolgbare handelingen en de begrenzing van die delictsomschrijvingen zijn fundamentele onderwerpen die in een rechtstaat besproken moeten kunnen worden. Aan de andere kant is er de discussie die zou moeten gaan over reacties van Islamitische zijde op kritiek of belediging van hun godsdienst. Aan dit debat gaan de 'deskundigen' meestal voorbij. In plaats van de overtrokken reacties van Moslims op kritiek jegens de Islam te bespreken wordt er voor de meer politiek correcte aanval op Geert Wilders gekozen.
Misschien heeft dit echter niet alleen te maken met politieke correctheid maar ook met onderliggende angstgevoelens en het algemene gebrek aan kennis over de Islam. Om een mening te kunnen geven in deze discussie is namelijk een zekere bekendheid met de Islam en de Islamitische tradities noodzakelijk. Een groot probleem is dat niet alleen de autochtone Nederlanders daar weinig weet van hebben, ook de Nederlandse Moslims zijn zelden bekend met de precieze regels van hun godsdienst, en laten zich daardoor vaak en snel meevoeren door opruiende en radicale sentimenten binnen de Islamitische gemeenschap.

Even de feiten. In principe is belediging van de Islam of van hun profeet inderdaad een strafbaar feit, althans volgens de regels van het Islamitisch recht. Dat deze regels in Nederland geen enkele rechtsgeldigheid kennen laat ik hier even buiten beschouwing. Een Moslim die zijn profeet of zijn godsdienst afvalt, neemt daarmee afstand van zijn religie. In de traditie van de Islam staat daarop de doodstraf. Duidelijke zaak dus. Wat echter vergeten wordt is het feit dat dit alleen maar geldt voor MOSLIMS! Voor mensen die geen Moslim zijn gelden de wetten van de Islam uiteraard niet. Dat houdt dus in dat uitlatingen van ongelovigen als Geert Wilders, hoe pijnlijk en beledigend deze ook mogen worden opgevat, niet onder het Islamitisch recht vallen. Er worden hierdoor geen religieuze wetten gebroken en van rechtsgeldige vergelding of bestraffing kan geen sprake zijn. De Koran is hier zelfs bijzonder duidelijk over. In een van de verzen (Koran: 4:140) staat dat het Moslims geboden is zich afzijdig te houden van gesprekken, waarin personen zich kritisch uitlaten over de Islam. Er staat dat die afzijdigheid geboden is 'totdat' (Arabisch: hattā) de gesprekken weer ergens anders over gaan. Daarna kan weer gezellig samengeleefd worden met de ongelovigen. Het vers vertelt verder dat God deze ongelovigen later wel in de hel zal verzamelen. Er wordt dus niet opgeroepen zelf in te grijpen of door God geëist dat moslims ervoor zorg dragen dat de gesprekken beëindigen. Die Moslims die daarom met bedreigingen, of zelfs met geweld, kritiek of belediging willen aanpakken handelen dus niet volgens de wetten van hun geloof. Eenvoudig niet naar de film kijken en er niet over praten is volgens God genoeg, zelf verplicht. Door zelf te willen handelen, gaan ze namelijk op de troon van God zitten. Het zou me verbazen als deze hoogmoed door God niet meer kwalijk genomen wordt dan de onwetende kritiek van de ongelovigen.

Er bestaat dus geen religieuze verplichting voor een reactie op de film van Wilders. Hoe moeten eventuele gewelddadige gevolgen die kunnen plaatsvinden na vertoning van deze film dan geïnterpreteerd worden? Er zijn twee antwoorden mogelijk. Ten eerste zijn potentiële onstuimige reacties mogelijk manifestaties van sociale ontevredenheid en uitingen van baldadigheid door gefrustreerde Moslim jongeren. In dat geval breken ze gewoon de wet en moet de politie deze raddraaiers aanpakken als jonge criminelen. Het tweede antwoord is zorgwekkender. Als het niet alleen maar draait om het ventileren van burgerlijke ongenoegens maar als er daadwerkelijk een religieuze ondertoon aanwezig is, dan zijn mogelijke rellen of andere vormen van publieke intimidatie niet anders op te vatten dan het voeren van Jihad, een religieuze oorlog. Dit klinkt onheilspellend en dat is het ook. Een doel van Jihad is het Islamiseren van nieuwe gebieden door het opleggen van de regels van Islam aan de bevolking van die gebieden. Door geweld te gebruiken tegen de film van Wilders zouden Moslims in dit geval dan ook niets anders willen bereiken dan invoering van Islamitische wetten in Nederland. Dat wil zeggen: het wettelijk strafbaar stellen van belediging van de Islam en zijn profeet. Mocht dit de reden zijn van een, zo gevreesde hevige reactie, dan gaat het niet om crimineel gedrag maar om politieke, antidemocratische handelingen.

Dit vraagstuk is, op dit moment, vele malen interessanter dan dat over de vrijheid van meningsuiting. Het is dan ook hoognodig om, voor de eerste vertoning van de koranfilm, hierover met prominente Moslims en hun religieuze leiders te praten. Als zij oprecht gelovig zijn en van de Islam niet hun politieke vehikel maken, zullen zij hun mede Moslims duidelijk kunnen maken dat de aanstaande film en eventuele andere uitingen die voor Moslims als beledigend ervaren kunnen worden, genegeerd dienen te worden. Hun religie roept namelijk niet op tot een reactie. Uiteraard bestaat altijd de mogelijkheid de rechter om een oordeel te vragen over de mogelijke haatzaaiende inhoud van de film. Deze rechtsgang staat eenieder vrij, maar aangezien een goed Moslim de film niet zal bekijken, zal dit waarschijnlijk door meester G. Spong gebeuren. Deze aanpak zou de Nederlandse samenleving een stuk aangenamer maken en ook de hele discussie rond van de vrijheid van meningsuiting oplossen.

dinsdag 8 januari 2008

Het wordt een mooi jaar...

Een nieuw jaar, en nieuwe hoop op een betere samenleving! Dat het begin van het Christelijk nieuwe jaar niet overeenkomt met die van het islamitische zal wel de reden zijn dat de goede voornemens van radicale moslims nog even op zich laten wachten. Een greep uit de nieuwsberichten van de laatste weken geeft in ieder geval geen blijk van meer tolerantie tegenover de ongelovigen en zondaars.Zo werd het de kunstenares Sooreh Hera begin december nog even duidelijk gemaakt dat vrijheid van meningsuiting niet geld voor mensen die kritiek hebben op de islam in Nederland. Haar foto's over de hypocrisie tegenover islamitische homo's vielen niet in de smaak bij een aantal rechtgeleide fundamentalisten en werden daarom onmiddellijk door de directie van het Gemeente Museum in Den Haag geweigerd voor een expositie. Een knap staaltje politiek correct denken van het kunstminnend bestuur.

Dat de grondwet weer even opzij moet voor de dreiging van islamitisch geweld is natuurlijk een bijzaak. Sooreh is sinds begin december ondergedoken uit angst voor een aanslag op haar leven.Maar het kan nog erger. In Pakistan werd de enige kans op democratie keurig netjes de grond ingeboord door de brute moord op Benazir Bhutto. Opvallend is de berichtgeving die onmiddellijk 'grote vragen' stelde bij de achtergrond van de plegers van de aanslag. Hoewel het voor een ieder die enige kennis heeft van het politieke drama dat Pakistan heet, overduidelijk is dat de aanslag werd gepleegd door radicale moslims, werd in het Westen onmiddellijk de mogelijkheid geopperd dat het misschien wel eens een politieke aanval was geweest van de zijde van Musharraf en Co. Zelfs nadat de aanslag officieel werd opgeëist door een woordvoerder van al-qa'ida, bleek het voor sommige Westerse media toch ongemakkelijk om weer islamitisch fundamentalisme te moeten aanwijzen als de oorzaak van een gruwelijke moord.

Het lijkt wel alsof er gedacht wordt; het kan toch niet altijd de Islam zijn? Nee, dat is waar. Niet altijd, maar kennelijk wel vaak.En dan weer terug naar ons eigen vrije landje. Op de valreep van 2008 vond ook de jongeren organisatie van Hizbu t-tahrir (HuT) het nog even nodig om duidelijk te maken dat ook in het nieuwe jaar het met de vrijheid van meningsuiting in Nederland, als het aan deze frisse jongelui ligt, niet veel beter gesteld zou zijn. In een pamflet dat in een aantal steden, deur aan deur, bezorgd werd, lieten zij weten niet gecharmeerd te zijn van de plannen van Geert Wilders om een kritische film over de Islam te maken. 'Wij tolereren absoluut niet dat de islam wordt belasterd', maakte de woordvoerder van de HuT duidelijk. In het verspreide geschrift werden, zoals gebruikelijk, een aantal koranpassages op radicale wijze uitgelegd en vervolgens opgeroepen tot 'verdedigen' van de Islam. Een ander woord hiervoor zou jihad kunnen zijn. In een van de passages die werd opgebracht (Koran: 4,140) staat dat het Moslims geboden is zich afzijdig te houden van gesprekken, waarin personen zich kritisch over de islam uitlaten. Er staat dat die afzijdigheid geboden is 'totdat' (Arabisch: hattā) de gesprekken weer ergens anders over gaan. Het vers verteld verder dat God de ongelovigen in de hel zal verzamelen, als het zover is. Er staat dus niets over actief handelen of dat moslims ervoor zorg moeten dragen dat de gesprekken beëindigen. Wat deze vrome lieden hun moslimbroeders aanpraten is een vervalsing van de voor moslims heilige tekst. Door zelf te willen handelen, gaan ze zelf op de troon van God zitten. Het zou me verbazen als deze hoogmoed door God niet meer kwalijk genomen wordt dan de onwetende kritiek van de ongelovigen. Het zal druk worden in de hel.

Het is overigens niet alleen de aanstaande film van Wilders die het mikpunt van hun actie is. 'Het gaat over 'alle vormen van belediging' tegen de islam. Dat beloofd dus een mooi 2008 te worden, aangezien er nog een aantal films en boeken zullen verschijnen die dit onderwerp aanraken. Een aardigheidje dat aangeeft dat de orthodoxe jongens van de HuT wel degelijk meegaan met hun tijd, is het feit dat ze naast de pamfletten ook een heuse website hebben gelanceerd om het initiatief wat virtuele kracht bij te zetten. Op de website kunnen bezoekers een petitie tekenen tegen het lasteren van de islam. Na enkele dagen stonden er al zo'n twee duizend reacties, de meeste afkomstig van mensen die op grond van hun achternaam waarschijnlijk een islamitische afstamming hebben, maar ik kwam ook een groot aantal overduidelijk Nederlandse namen tegen. Ik vraag me af of deze mensen enig idee hebben wat ze daadwerkelijk ondertekenen? Ik vraag me af of zij weten welke ideeën de HuT nastreeft? Ik vraag me af of zij door hebben dat dit het equivalent is van het ondertekenen van een NSB petitie tegen kritiek tegen het Nazi regime in 1938. Want dat is het kaliber van de HuT. De groepering waarvan de naam in het Nederlands 'bevrijdingspartij' betekent (en niet partij van de vrijheid, zoals het AD zo onzorgvuldig vermeldde), is een organisatie die het Westen wil islamiseren, bevrijden van het ongeloof. Zo strijden ze voor invoering van het kalifaat, zijn ze tegen democratie, tegen vrijheid van meningsuiting, voor invoering van de shari'a en segregatie van de seksen op islamitische wijze en voor de vernietiging van Israel en de Joden. Ik vraag me af of de niet-moslims die de petitie ondertekend hebben, dit wel wisten.

Om te eindigen met een wat lichter voorbeeld van intolerantie nog een aardig staaltje Saoedische gastvrijheid en religieuze dwingelandij. De Franse president Sarkozy, die deze maand voor het eerst een staatsbezoek zal brengen aan Saoedi Arabie, werd dringend verzocht zijn verloofde, het ex-model Carla Bruni, vooral niet mee te nemen naar het oerislamitische land omdat ze niet getrouwd zijn. Dat zou een regelrechte belediging zijn van de wetten van Allah en is daarom niet toegestaan. Het feit dat wij in Europa steeds onze deuren open zetten voor deze Koninklijke familie als ze weer eens naar de Franse rivièra, of het mondaine Marbella willen reizen is kennelijk niet relevant. Ook al spreken we dan over een vorst die met zo'n 45 vrouwen getrouwd is geweest, hetgeen overigens verbleekt met de meer dan 140 echtgenoten die de vorige koning (Fahd) als de zijne heeft beschouwd. Maar goed, zelfs een pitbull als Sarkozy zal wel zwichten voor de diplomatieke druk van de oliestaat. Of misschien is hij pragmatisch en trouwt hij gewoon snel met de schone brunette. Zo is het maar net; met een beetje aanpassen is er geen enkel probleem. Het belooft een mooi jaar te worden...

vrijdag 21 september 2007

Al-Zawahri roept op tot herovering en etnische zuivering van al-Andalus


De geschiedenis van de islam in Europa gaat veel verder terug dan de jaren 60 van de vorige eeuw, toen groepen gastarbeiders uit islamitische landen naar ons continent trokken om financiële redenen. Al vanaf de eerste eeuw na het ontstaan van de islam drongen de legers van het Umayyaden kalifaat uit Damascus het Iberische schiereiland binnen. Op bevel van kalief al-Walid I werden in 711 AD de eerste stappen naar de vrijwel gehele bezetting van, wat tegenwoordig Spanje en Portugal is, gezet.


Een van de eerste moslims die met een expeditionele troepenmacht (ongeveer 7.000 man) naar Spanje trok was Tariq Ibn Ziyad, die de nauwe zee-engte tussen Marokko en het Iberisch schiereiland over stak. Deze zee-engte, en het zuidelijkste punt van Spanje zijn naar deze man vernoemd: Gibraltar. Een Spaanse variant op het Arabische 'djabal at-Tariq', hetgeen berg van Tariq betekent. Overigens zijn heel wat Spaanse plaatsnamen direct afgeleid van hun vroegere Arabische benamingen. Zelfs het oer-Spaanse olé! is een verbastering van het Arabische w-allah!, wat iets als 'mijn God!' of 'mijn hemel!' wil zeggen. Het gebied dat werd van de 8ste tot de 15de eeuw werd bezet, werd door de moslims al-Andalus genoemd. Tegenwoordig is Andalusia de naam van de op een na grootste 'provincie' van Spanje.


De bezetting, want hoe mooi sommige Arabisten en historici het ook willen brengen, dat was het natuurlijk, heeft ruim 700 jaar geduurd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel van de taal en cultuur van de bezetters is blijven hangen. Toch bleek uiteindelijk het dwingende karakter van de islam voor de oorsprongkelijke bewoners, christenen en joden, onacceptabel te zijn. De verhalen over de tolerantie die er heerste tegenover deze groepen zal in de loop der eeuwen toch wel wat zijn geromantiseerd. Er bestaan talloze verhalen over massamoorden en onderdrukking en de Arabische literatuur uit die tijd laat ook weinig zien van respect voor niet-moslims. Het is belangrijk te begrijpen dat de inval en bezetting van deze regio niets anders was dan de uitvoering van een oproep tot jihad, of heilige oorlog. Het was niet de bedoeling om vrede en cultuur te brengen aan de arme christenen in Europa. Als dat het geval was geweest waren de troepen wel verder het continent ingedrongen. Het fabeltje dat het christelijk Europa, onder leiding van Karel Martel in 732 bij Poitier de moslims heeft tegen gehouden in een grote veldslag, is een hardnekkige overschatting van de militaire capaciteiten van de toenmalige Europese legers en een verdraaiing van de werkelijkheid. Het ging in feite om niets meer dan een kleine schermutseling, waarna de (onverslagen) groep moslims weer richting het zuiden trokken omdat ze weinig heil zagen in de onderontwikkelde volkeren uit het noorden. De kans om met deze, zeg maar 'achterlijke' mensen handel te drijven of er cultureel iets van op te steken was nihil. Daarnaast was ook het gruwelijke klimaat iets dat de moslims, die meer gewend waren aan hoge temperaturen en zon, graag aan hun neus voorbij lieten gaan. De verovering van Spanje en Portugal was een bewuste daad van imperialisme, uitgevoerd onder het mom van jihad. Na voltooiing van de verovering werden de nieuwe gebieden dan ook, overeenkomstig de doelstellingen van jihad geregeerd door de regels van de islam.


In 1492, het zelfde jaar dat Columbus de America's ontdekte, kwam er een einde aan de bezetting en werden de laatste moslims, ook wel 'Moren' genoemd, uit Granada en vervolgens Spanje verdreven. De Portugezen waren in de dertiende eeuw al van de bezetting verlost. Nu, in 2007, ruim 500 jaar later roept de tweede man van al-qa'ida, Ayman az-Zawahri in een onlangs verschenen videoboodschap op tot een herovering van al-Andalus en het 'reinigen' van het grondgebied van de kinderen van Spanje en Frankrijk' . Voor veel westerlingen klinkt dit als een wellicht wat overdreven agressief, maar vooral onuitvoerbaar plan. Spanje en Portugal zijn toch Europees? Wie twijfelt er nou aan de rechtmatigheid van de huidige bewoners over de soevereiniteit van het grondgebied? Toch deed al-Zawahri zijn oproep niet zo maar. Ten eerste riep hij niet elke moslim op tot jihad, maar specifiek de Berbers en andere bewoners van de Maghreb (Noordelijk Afrika). Zij waren ook degenen geweest die de verovering in de achtste eeuw hadden uitgevoerd en ook in latere eeuwen nog grote invloed op het schiereiland hebben gehad. Voor een groot deel van deze mensen leeft al-Andalus nog voort in de verhalen en tradities. De Reconquista door de Spaanse, christelijke koningen was dan ook een pijnlijke nederlaag voor deze moslims en de Berbers in het bijzonder. Een tweede reden waarom de oproep niet zo maar gedaan werd is de volgende: al-qa'ida ziet Europa als een belangrijk front in de oorlog tussen de islam en het westen. Niet alleen verdeeld strijd aldaar de coalitie in de 'war on terror', maar het zet ook de interne cohesie binnen Europa tussen de autochtone bevolking en de snel groeiende moslim bevolking, zwaar onder druk. Een dubbelzijdig zwaard.
Voor Europeanen lijkt het een belachelijke propositie, maar in de islamitische wereld is er zeker begrip voor. Al-Andalus wordt historisch als legitiem deel van de islamitische wereld gezien. Ik vraag me wel af hoe de moslimwereld zou reageren als Paus Benedictus de christenen zou oproepen om Constantinopel (er zijn lieden die deze stad Istanbul plachten te noemen) weer in te lijven bij het christelijke Europa. In principe zou deze oproep een stuk realistischer zijn, zeker vanuit een geografische, maar ook historische context. Toch verwacht ik deze oproep niet snel.
Al deze islamitische retoriek hoort natuurlijk bij de propaganda van de 'Clash of Civilizations' zoals Huntington dit noemde. Maar de mogelijke dreiging is niet te onderschatten. Er zijn grote groepen jonge fundamentalisten in Algerije en Marokko, die op dit moment getraind worden door al-qa'ida en gefinancierd zijn met geld uit het Arabisch schiereiland, die aan een oproep als die van al-Zawahri wel eens gehoor kunnen geven. We hoeven niet bang te zijn voor een leger als dat van Tariq Ibn Ziyad, dat de oversteek vanuit Marokko maakt, maar er waren slechts 19 fanatici en vier vliegtuigen nodig om Amerika een nachtmerrie te veroorzaken, waarvan het nog steeds niet is ontwaakt.

maandag 20 augustus 2007

Reality check

Zaterdag 23:00, plaats: een gezellige kroeg. Een vriend stelt me voor aan een jonge dame die hij net had ontmoet. Gezellig type, vlot gekleed, beginnend advocate en Moslima van Marokkaanse afkomst. Een vriendelijke en interessante gesprekspartner. Als cynische arabist dacht ik na een tijdje: 'zie je wel, het kan dus prima; succesvolle Moslima en toch modern en westers.' Een paar drankjes later kwam het gesprek op de Islam en de moeilijke situatie van de laatste jaren. Ik vroeg haar wat ze als juriste dacht over de cartoonaffaire en de oproep van sommige moslimleiders om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Ik hoopte dat ze tijdens haar opleiding het nut van deze vrijheid was bijgebracht en dat ze een genuanceerd en gewogen antwoord zou geven, maar helaas. Het plaatsen van de tekeningen was een schande en had verboden moeten worden. Ook de opmerkingen van iemand als Van Gogh waren ongepast en om heftige reacties in de toekomst te vermijden zou het beter zijn ook dergelijke uitlatingen verder te verbieden.

Om eerlijk te zijn was ik geschrokken. Van een laag opgeleide moslim die blindelings een strenge imam napraat verwacht ik niet veel beter maar deze jonge vrouw, die geen hoofddoek draagt, gezellig op een zaterdagavond in een café zit en een academische opleiding heeft genoten die haar de waarde van het westers juridisch denken en de Nederlandse staatsrechtelijke fundamenten had moeten bijbrengen, blijkt niet anders tegen de vrijheid van meningsuiting aan te kijken dan een gemiddelde salafist. Nou wil ik niet impliceren dat zij het salafistische gedachtegoed een warm hart toedraagt maar het feit dat zelfs de meest liberale moslims dus kennelijk niet echt liberaal zijn was toch weer even een reality check.Kennelijk is een bepaalde passage uit de koran toch belangrijker dan ik had gedacht, ook voor niet radicalen. Het gaat om vers 5:44 waarin staat: 'wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen'. Het vers wordt door radicale moslims aangehaald wordt om slechte (niet-islamitische) regimes aan te vallen. Maar de werking schijnt dus ook de liberale moslims danig te beïnvloeden. In principe is het Nederlandse rechtssysteem voor deze 'liberalen' acceptabel zolang het overeenkomt met de wetten van de islam, maar als dit afwijkt gaat de goddelijke openbaring voor. Iets wat in de juridische wereld toch niet onbelangrijk is.

Het aantal moslims (en vooral Moslima's) dat tegenwoordig rechten gaat studeren is bijzonder groot. Precieze cijfers ken ik niet maar een blik in de gemiddelde collegezaal spreekt voor zich. Ik vond dit altijd een positieve ontwikkeling. Een studie Nederlands recht zou studenten met een islamitische achtergrond, meer dan elke andere opleiding, de voordelen van democratie, vrijheid en gelijkheid kunnen duidelijk maken. Goed voor de Nederlandse moslims die deze zaken als iets bedreigends zien. Toch werkt dit alleen als deze lessen ook worden geleerd en overgenomen. Als afgestudeerde rechtenstudenten de markt op gaan met een kennis van het Nederlandse rechtssysteem maar een gebrek aan begrip voor de onderliggende waarden, dan werkt dit naar mijn idee contraproductief. Onze grondrechten zijn de hoekstenen van onze samenleving, de basis van onze maatschappij; misschien is het belang hiervan, door alle discussies over de islam, wat uit het oog geraakt. Ik pleit daarom om over deze rechten op de scholen, maar zeker op de universiteiten, veel uitvoeriger te doceren. Mensen die hun religieuze ideeën boven de Nederlandse wet willen plaatsen moeten begrijpen dat daarvoor hier geen ruimte is. Alleen al het hopen hierop zal tot niets anders leiden dan frustratie en het gevoel van uitsluiting. Iets wat zeker voor juristen belangrijk is om te weten.

maandag 13 augustus 2007

God of Allah, een pot nat

Wil je tegenwoordig de voorpagina's halen dan is een mooie uitspraak over de islam of Mohammed genoeg. Gisteren was het de beurt aan Bisschop Muskens om zijn misschien wel laatste duit in het spreekwoordelijke zakje te werpen. En zijn nieuwste stelling, die hij zelf overigens als revolutionair bestempelde was: ' Waarom noemen we voortaan God niet Allah?' De vaak controversiële geestelijke had namelijk in zijn jonge jaren in Indonesië het woord Allah vaak in de eucharistieviering voor God horen gebruikt worden. Dus dan kunnen we dat hier toch ook?

Muskens zal het goed bedoelen en ziet christenen en moslims natuurlijk liever vredelievend met elkaar leven en geloven, maar hij slaat hier toch even de plank flink mis. Het Arabische woord Allah is namelijk niet de naam van de Islamitische God, het is gewoon het woord voor God. Christenen in het Midden-Oosten gebruiken ook Allah om God aan te duiden, en dit woord wordt dan ook in Arabische Bijbels gebruikt. Het feit dat Nederlandse moslims Allah tegen hun god zeggen is eigenlijk alleen een teken dat zij niets van de Arabische taal begrijpen. Waarschijnlijk wordt het Arabische woord voor God onvertaald gelaten om zo een verschil aan te geven tussen het islamitische geloof en het christelijke. Afstand in plaats van toenadering. Niet echt in de lijn van de idee van Muskens.

Daarom is de opmerking van Muskens ook zo misplaatst. Het was meer op zijn plaats geweest als hij de opmerking had omgedraaid: laten alle moslims in Nederland Allah gewoon God noemen. Volgens mij was Nederland hier toch de oorspronkelijke taal? De arabisering van het Nederlandse God-woord is toch wat veel gevraagd. Daarnaast lost een taalkundige kwestie de theologische en juridische verschillen tussen de islam en het christendom niet op. Was het maar waar. Ik ben bang dat Muskens, net als Wilders vorige week, met zijn opmerking wel de voorpagina's haalt maar niet de geschiedenisboeken. Het wachten is op de volgende verlichte geest.

zaterdag 11 augustus 2007

Een Nederlandse koran voor iedereen

Vrijdag mocht de charmante schrijver Kader Abdolah het goede nieuws bij NOVA komen vertellen; hij komt met een nieuwe koranbewerking. En denk nu niet dat het feit dat er al een aantal zeer gedegen Nederlandse vertalingen bestaan deze poging onzinnig maakt. Nee, hij maakt er deze keer geen saai verhaal van. Het wordt geen tekst die echt op de echte Arabische inhoud gaat lijken. Als atheïst gaat hij de literaire schoonheid van het boek weergeven, niet de religieuze kern. Zoals hij tijdens het interview aangaf houdt dat wel in dat hij daarvoor behoorlijk wat saaie passages en talloze herhalingen niet zal overnemen. Ook wil hij de ongeveer 14 eeuwen oude tekst in haar historische context plaatsen. Hierdoor moet de lezer beter gaan begrijpen hoe de verhalen van de islamitische profeet moeten worden geïnterpreteerd.

Dit klinkt allemaal erg prachtig. Elke vorm van exegese, want dat is hetgeen Kader Abdolah hier eigenlijk doet, is op zich interessant, als deze minutieus en consequent gebeurt. Zover ik begrepen heb wil de schrijver echter vooral zijn literaire liefde voor de oude tekst overbrengen tot zijn lezers. De vraag die hierbij opkomt is welk doel dit heeft. De literaire waarde van de koran is niet bijzonder hoog. De opbouw is, op zijn minst vreemd te noemen, de tekst lijkt vol te zitten met passages die er eigenlijk niet in thuis horen, de verschillende hoofdstukken spreken elkaar regelmatig tegen en vrolijk wordt je van de inhoud ook niet echt. Maar dat is niet mijn grootste probleem met de aanpak van Kader Abdolah. Hij probeert de koran tot iets te maken wat het niet is; zo maar een historisch boek dat in een historisch kader geplaatst kan worden. Voor miljoenen Moslims is het namelijk niet zo maar een boek maar hun heilige boek. Zij zullen ook geen interesse hebben in zijn bewerking. Elke weergave van de tekst van de koran die niet overeenkomt met de algemeen geaccepteerde versies, wordt door moslims beschouwd als nutteloos. Daarnaast is de historisch context die Kader Abdolah wil toepassen allerminst duidelijk. Er zijn geen enkele geschiedkundige bronnen over Mohammed beschikbaar. Naast de verhalen uit de koran en de islamitische geschiedschrijving is er zelfs geen bewijs dat de Mohammed uit de koran ooit bestaat heeft. Een exegese op historische wijze van de koran door een atheïst is dan ook op zijn minst vreemd te noemen.

Maar het gaat Kader Abdolah kennelijk niet om de Moslims. Hij hoopt dat alle Nederlanders (daarmee bedoelde hij waarschijnlijk alle niet-moslims in Nederland) zijn versie van de koran gaan lezen. Commercieel gezien is dat natuurlijk een goed plan, maar zijn doel om zodoende de prachtige literaire inhoud van het boek bekend te maken is absurd. Het resultaat van zijn werk zou namelijk overeenkomen met het halen van een aantal leuke literaire tekstfragmenten uit de Nederlandse Grondwet, deze vertalen in het Chinees, er zelf hier en daar nog wat aan toevoegen om het wat aardiger te laten lijken om vervolgens het resultaat aan te bieden in China als een vertaling van de belangrijkste Nederlandse wet. Volledig zinloos. Het gaat juist om de gehele tekst, met al haar details en nuances, en als deze dan toevallig oud, onduidelijk, slecht geschreven en ongezellig is, moet je niet gaan proberen hem te gaan herschrijven en opleuken. Gewoon lezen wat er staat, dat doen Moslims ook.
Een Nederlander die de koranbewerking van Kader Abdolah gelezen heeft, heeft niet de koran gelezen maar een tekst die op geen enkele wijze iets te maken heeft met de Islam zoals de meeste Moslims die beleven. Het kan best zijn dat Kader Abdolah een prachtig boek gaat uitgeven, toch zou ik een ieder die wil weten wat er in de koran staat aanraden gewoon een vertaling van Kramers of Leemhuis te lezen. Deze werken staan beide dicht bij de brontekst en geven de inhoud van de koran goed weer. Of nog beter, doe net als ik: leer gewoon Arabisch dan kan je zelf oordelen, zonder tussenkomst van vertalers.

vrijdag 10 augustus 2007

Ik ga op vakantie en ik neem mee: een Bijbel!

Het was weer een prachtig staaltje rond de pot draaien wat we deze week hebben mogen aanschouwen in de media. Na wel een hele dag over de vernederende mishandeling van Ehsan Jami door fanatieke Moslims gesproken te hebben werd het publieke debat over vrijheid van godsdienstkeuze, dankzij de geniale inbreng van Geert Wilders, weer afgeleid naar de discussie over de Koran. Al de vragen die hierover gesteld zijn en alle antwoorden die hierop gevraagd of ongevraagd volgden, leidden tot niets.

Een boek zorgt niet voor ellende, het is de menselijke waarde die eraan gehecht wordt die mogelijk voor problemen kan zorgen. Het verbieden van boeken gebeurt alleen door dictatoriale regimes, uit angst voor de mogelijke consequenties van vrijheid en open samenleving. Neem bijvoorbeeld Saudi Arabie: een ondemocratische reli-petrostaat, die zich niet alleen bezig houdt met de internationale verspreiding van het weinig verheffende salafistische gedachtegoed maar ook gebruik maakt van een religieus protectionisme door elke invloed van andere godsdiensten in het eigen land te verbieden. Kerken of Moskeeën zijn verboden en het is reizigers zelfs niet toegestaan om Bijbels, crucifixen of davidsterren het land in te voeren. Een kerstboom in je tuin zetten in december zou ik ook niet aanraden, tenzij je een dringende behoefte hebt voor een lange periode een Saudische gevangenis van binnen te bekijken.


In feite is de opmerking van Wilders in de Islamitische context dus ook niet eens zo vreemd. Het verbieden van boeken en religieuze objecten is daar aan de orde van de dag. Het is alleen jammer dat hij zich op deze manier verlaagd tot het niveau van denken van een religieuze traditie, waar hij zich juist zo tegen verzet. Dat is een zwaktebod. Toch is het wel opmerkelijk dat de uitspraak van Wilders in Nederland zo'n golf van kritiek heeft veroorzaakt. Toegegeven, het is niet het meest praktische voorstel geweest, maar zo langzamerhand moet de provocatieve stijl van de politicus toch wel bekend zijn. Maar hoe dan ook, Nederland is en blijft een vrij land en een volksvertegenwoordiger moet zijn mening kunnen uiten, ook al is niet iedereen het met die mening eens. Als overgevoelige Moslims, of hun niet-islamitische woordvoerders, niet begrijpen dat de koran niet voor iedereen een heilig boek is, en je daarom daarover best een opmerking mag maken, moeten ze toch even een cursus tolerantie gaan volgen. De, hoogst waarschijnlijk vanuit de PvdA-top gedirigeerde aanklacht, die door (het aspirant raadslid!) Els Lucas tegen Wilders is ingediend is dan ook schrijnend. De PvdA toont hiermee weer eens aan dat het socialistische karakter nog niet geheel uit de partij verdwenen is; kennelijk streven zij geen vrijheid van religie na (Ehsan Jami moet gewoon Moslim blijven) en de vrijheid van meningsuiting moet beperkt worden als dat de schijn van een keurige sociale multi-culti staat kan schaden.


Waarom heb ik niets meer gehoord over de drie mannen die Ehsan Jami hebben aangevallen? Zijn ze gearresteerd? Is er iets over hen bekend? Of zijn we nu meer geïnteresseerd wat Iran of Syrië zal denken over de uitspraken van Geert Wilders?